ECLI:NL:HR:2012:BX9558
Inhoudsindicatie
1. Art. 314a Sv. 2. Geen schending artt. 358 en 359 jo 415 Sv en art. 27 Kaderbesluit. Ad 1. De klacht over de verwerping van het verweer strekkende tot het (alsnog) afwijzen van de vordering tot aanpassing van de tll. faalt reeds omdat de verdachte door het niet-naleven van de…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 68 Sr Wetboek van Strafrecht
- Art. 261 Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 284 Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 313 Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 314a Sv Wetboek van Strafvordering
- Art. 415 Sv Wetboek van Strafvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:HR:1994:AD2076 — 29-03-1994 Hoge Raad Strafrecht
Voortgezette handeling van medeplegen invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en deelnemen aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging wegens het op onjuiste wijze wijzigen van dagvaarding. 2. Had Hof aan vastgestelde schending… - ECLI:NL:HR:2004:AO7053 — 01-06-2004 Hoge Raad Strafrecht
Dagvaarding met cumulatief een ex art. 261.3 Sv en een ex art. 261.1 Sv tenlastegelegd feit. 1. De opvatting dat indien in een tenlastelegging is volstaan met de feitsomschrijving ex art. 261.3 Sv, geen ander feit aan die tenlastelegging mag worden toegevoegd, vindt geen steun… - ECLI:NL:RBOVE:2024:2048 — 15-04-2024 Rb. Overijssel Strafrecht
De rechtbank veroordeelt een 30-jarige man tot een gevangenisstraf van 8 maanden voor het meermalen opzettelijk medeplegen van het handelen in harddrugs, en deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van Opiumwetmisdrijven, waarbij verdachte een… - ECLI:NL:RBNHO:2023:1500 — 10-02-2023 Rb. Noord-Holland Strafrecht
Onderzoek Meese. Procesafspraken. - ECLI:NL:RBROT:2022:5846 — 06-07-2022 Rb. Rotterdam Strafrecht
Vervolging Nederlandse Syriëganger. Onbevoegdverklaring rechtbank Rotterdam. Niet bevoegd kennis te nemen van misdrijven die vallen onder de WIM. In het belang van verdachte dat alle feiten door dezelfde rechter worden afgedaan.