ECLI:NL:HR:2002:AD4926

Datum uitspraak
11-01-2002
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
C00/127HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

11 januari 2002

Eerste Kamer

Nr. C00/127HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

de vennootschap naar Zwitsers recht ZÜRICH VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT (in Nederland h.o.d.n. ZÜRICH VERZEKERINGEN), gevestigd te 's-Gravenhage,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. G.J. de Lange,

t e g e n

[Verweerster], wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. R.V. Kist.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Zürich - heeft bij exploit van 18 oktober 1996 verweerster tot cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan Zürich ten titel als in de dagvaarding vermeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van ƒ 34.440,37 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 maart 1995, alsmede een bedrag ad ƒ 4.020,04 ter zake van incassokosten en ƒ 793,13 in verband met het inschakelen van een deskundige, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding in alle gevallen tot die der algehele voldoening.

[Verweerster] heeft de vordering bestreden.

De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 15 oktober 1997 Zürich toegelaten tot het leveren van bewijs voor haar stelling dat de aanrijding is te wijten aan de schuld van [verweerster] omdat zij met de door haar bestuurde auto plotseling op de linker rijstrook kwam, terwijl zij werd ingehaald.

Tegen dit tussenvonnis heeft Zürich hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 15 december 1999 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Zürich beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Zürich in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 286,88 (ƒ 632,20) aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »