ECLI:NL:HR:2001:AB2783

Datum uitspraak
12-10-2001
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
R00/137HR
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

12 oktober 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R00/137HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vader], wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.W. Dankelman,

t e g e n

1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, DIRECTIE ZUID-WEST, gevestigd te 's-Gravenhage,

2. STICHTING JEUGDZORG DEN HAAG, ZUID-HOLLAND/NOORD, gevestigd te 's-Gravenhage,

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 17 september 1997 is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - ontheven van het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2].

Met een op 10 augustus 1999 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die Rechtbank en verzocht voormelde beschikking, waarbij verweerster in cassatie sub 2 - verder te noemen: de Stichting - tot voogdes over de minderjarigen is benoemd, te wijzigen, in die zin dat de Rechtbank zal bepalen dat de vader in het gezag over de minderjarigen zal worden hersteld.

De Rechtbank heeft bij beschikking van 15 maart 2000 het verzoek van de vader afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij beschikking van 9 augustus 2000 heeft het Hof de bestreden beschikking bekrachtigd.

De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Stichting en verweerder in cassatie sub 1 hebben gezamenlijk een verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 oktober 2001.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »