ECLI:NL:GHSHE:2026:2151

Datum uitspraak
27-07-2026
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Rechtsgebied
Strafrecht
Zaaknummer
20-001808-25
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof heeft het vonnis van de politierechter bevestigd, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf, de strafmotivering en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft de verdachte ter zake van 'overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994' veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.500,00, subsidiair 15 dagen hechtenis (te betalen in 3 termijnen van € 500,00) en heeft de verdachte de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 4 maanden met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van de verdachte is ingevorderd of ingehouden geweest.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Parketnummer : 20-001808-25

Uitspraak : 27 juli 2026

TEGENSPRAAK (art. 279 Sv)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 10 juli 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-005159-25 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994’ veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.500,00, subsidiair 25 dagen hechtenis, te voldoen in 3 termijnen van elk € 500,00 per maand. Voorts heeft de politierechter aan de verdachte een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 4 maanden. De politierechter heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 822,39 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de verdachte veroordeeld in de gemaakte en nog te maken proceskosten van de benadeelde partij [benadeelde] , tot aan de datum van het vonnis begroot op nihil.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Uit het procesdossier (p. 37) blijkt dat onder de verdachte € 1.300,00 aan contant geld, een Rolex en een auto in beslag zouden zijn genomen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal uitdrukkelijk te kennen gegeven dat uit de door hem geraadpleegde systemen niet blijkt dat op voornoemde goederen nog beslag rust, zodat het hof ervan uitgaat dat geen beslag (meer) ter beslissing aan het hof voorligt.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van het hof en heeft uitsluitend een straftoemetingsverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] heeft de raadsvrouw van de verdachte geen standpunt ingenomen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, met aanvulling van de gronden waarop dit berust en met uitzondering van de opgelegde straf, de strafmotivering en de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd.

Aanvulling gebezigde bewijsmiddelen

Het hof is van oordeel dat aan de opsomming van de bewijsmiddelen het volgende dient te worden toegevoegd:

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar (de digitale) pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, waarbij als naam onderaan op elke digitale pagina is vermeld ‘ZB00000_2024283619_Pv verkeer 1’, (doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 52).

Voorts zal het hof de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen aanvullen met de data waarop de processen-verbaal zijn gesloten en de vindplaatsen (onderstrepingen door het hof):

  1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 4 november 2024, pagina’s 31 tot en met 40;

  2. de aangifte van [benadeelde] d.d. 3 november 2024, pagina’s 5 tot en met 6;

  3. het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 3 november 2024, pagina’s 14 tot en met 17.

Op te leggen straf

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof primair verzocht om aan de verdachte een andere modaliteit (zoals een taakstraf) op te leggen, in de eerste plaats ter vervanging van de ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, zoals door de politierechter is opgelegd. Subsidiair heeft de raadsvrouw van de verdachte het hof verzocht om de duur van een eventueel op te leggen ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen, substantieel in te korten.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In het bijzonder heeft het hof het navolgende in aanmerking genomen.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij op 3 november 2024 een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij hij de plaats van het ongeval heeft verlaten terwijl hij wist dat aan een personenauto schade was toegebracht. Naar eigen zeggen van de verdachte kwam hij erachter dat de politie achter hem reed en was hij bang dat zijn auto in beslag zou worden genomen door de politie, omdat de auto niet verzekerd was. De verdachte heeft vervolgens gas gegeven en is de macht over het stuur verloren, waarna de auto van de verdachte een geparkeerd voertuig heeft geraakt. Dat geparkeerde voertuig heeft vervolgens het (eveneens geparkeerde) voertuig van de aangever geraakt. De verdachte is vervolgens te voet gevlucht. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich onvoldoende rekenschap gegeven van de geldende gedragsnormen in het verkeer en van zijn verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Voorts heeft het hof bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 mei 2026, waaruit onder meer volgt dat de verdachte zowel vóór als na het tenlastegelegde feit (twee maal in 2011, één maal in 2024 en één maal in 2025) onherroepelijk is veroordeeld ter zake van misdrijven in de sfeer van de Wegenverkeerswet Aldus ontstaat bij het hof een zorgelijk beeld van een verdachte die bij herhaling zich niets gelegen laat liggen aan de geldende verkeersregels. Dit weegt het hof in strafverzwarende zin mee, waarbij aan de oudste van deze veroordelingen gelet op het tijdsverloop sindsdien maar beperkt gewicht toekomt.

Het hof heeft tevens acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het procesdossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de raadsvrouw van de verdachte in dat kader naar voren gebracht dat het leven van de verdachte thans stabieler lijkt te zijn dan ten tijde van het bewezenverklaarde feit, wat de afsluiting van een onrustige periode zou markeren. De onderhavige zaak heeft al de nodige gevolgen voor de verdachte gehad. Zo is eind 2025 de beveiligerspas van de verdachte ingetrokken en betaalt de verdachte thans een relatief hoog bedrag aan verzekeringspremies voor zijn voertuig. De verdachte heeft voorts zijn rijbewijs nodig voor zijn werk, nu hij op ZZP-basis zorgtaken verricht voor een hulpbehoevend persoon en werkzaam is als [functie]. Het behoud van zijn werk is van groot belang voor de verdachte, aldus de raadsvrouw.

Alles afwegende acht het hof, evenals de politierechter en de advocaat-generaal, oplegging van een geldboete ter hoogte van € 1.500,00, te voldoen in 3 termijnen van elk € 500,00 per maand, passend en geboden. Gelet op de per 1 januari 2026 geldende afspraken, gemaakt door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), ziet het hof aanleiding om de daaraan te verbinden vervangende hechtenis van 25 dagen te wijzigen in 15 dagen. Aldus zal het hof aan de verdachte een geldboete ter hoogte van € 1.500,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, opleggen. Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete, alsmede de beslissing om termijnbetaling hiervan toe te staan zoals voormeld heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Voorts acht het hof, met de politierechter en de advocaat-generaal, het aangewezen om mede ter bescherming van de verkeersveiligheid aan de verdachte de bevoegdheid te ontzeggen om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden. Het hof acht een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid noodzakelijk om de verdachte de onjuistheid van zijn bewezenverklaarde handelen te doen inzien. Anders dan door de raadsvrouw van de verdachte is bepleit, ziet het hof geen termen aanwezig om af te zien van een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen dan wel de duur daarvan substantieel in te korten. In het bijzonder acht het hof de gestelde belangen van de verdachte om over een rijbewijs te kunnen beschikken, afgezet tegen het belang van de verkeersveiligheid, van onvoldoende gewicht daarvoor. De tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd of ingehouden is geweest, zal op de duur van deze bijkomende straf in mindering worden gebracht.

Schadevergoedingsmaatregel

Met de politierechter is het hof van oordeel dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde] is toegebracht tot een bedrag van € 822,39 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024, zijnde de datum van het bewezenverklaarde feit. In zoverre wordt de beslissing van de politierechter dan ook door het hof bevestigd.

Het hof overweegt dat de verdachte jegens het slachtoffer [benadeelde] naar burgerlijk recht aansprakelijk is en het hof ziet dan ook, evenals de politierechter, aanleiding om aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente als voormeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Gelet op de per 1 januari 2026 geldende afspraken, gemaakt door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), met betrekking tot de gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel zal het hof de gijzeling zoals opgelegd door de politierechter vervangen, met dien verstande dat de duur van de gijzeling wordt aangepast in de na te melden duur conform de thans geldende afspraken. Voor de volledigheid zal het hof de gehele beslissing ter zake van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel in het dictum opnemen.

Het hof zal bepalen dat, in plaats van 16 dagen gijzeling, zoals door de politierechter is bepaald, gijzeling voor de duur van 8 dagen zal worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de ten behoeve van de benadeelde partij opgelegde schadevergoedingsmaatregel en doet in zoverre opnieuw recht:

veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis;

bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 3 (drie) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 500,00 (vijfhonderd euro);

ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht;

Schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat der Nederlanden, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 822,39 (achthonderdtweeëntwintig euro en negenendertig cent) bestaande uit materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 8 (acht) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. M.J.M.A. van der Put en mr. M.A.M. Wagemakers, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. van Vessem en mr. R.A.C.G. Heijse, griffiers,

en op 27 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. M.A.M. Wagemakers en mr. R.A.C.G. Heijse zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »