ECLI:NL:GHSHE:2013:2988
Inhoudsindicatie
Termijn 58 Fw; opeisen door curator van in vuistpand genomen zaken in de omstandigheden van het geval onrechtmatig jegens de bank ondanks ongebruikt verstrijken van de gestelde termijn; Art. 1 Watov strekt niet ter bescherming belangen boedel. . . . . .
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 6:119 BW Burgerlijk Wetboek Boek 6
- Art. 57 Fw Faillissementswet
- Art. 58 Fw Faillissementswet
- Art. 67 Fw Faillissementswet
- Art. 176 Fw Faillissementswet
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBDHA:2021:13452 — 01-12-2021 Rb. Den Haag Civiel recht
Curator heeft na faillissement o.g.v. 58 Fw een termijn van zes maanden aan de bank (hypotheekhouder) gesteld om de woning te verkopen. Bank verkoopt onderhands onder opschortende voorwaarde van toestemming voorzieningenrechter (3:268 lid 2 BW). Het verzoek tot toestemming is… - ECLI:NL:HR:2015:228 — 06-02-2015 Hoge Raad Civiel recht
Faillissementsrecht. Door curator aan pandhouder gestelde termijn voor uitoefening pandrecht, art. 58 Fw. Rechtsgevolgen verstrijken termijn. Uitzondering in geval van misbruik door curator van uit art. 58 Fw voortvloeiende bevoegdheden; HR 16 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:87.… - ECLI:NL:RBMNE:2023:5732 — 06-11-2023 Rb. Midden-Nederland Civiel recht
Curator heeft afgifte gevorderd van door retentor teruggehouden zaak ex art 60 Fw. Derde, die hypotheekrecht op dat goed heeft, kan tot uitwinning overgaan en vrijelijk aan de koper leveren, maar is gehouden via de curator uit de verkoopopbrengst de bevoorrechte retentor te… - ECLI:NL:RBNNE:2020:2578 — 20-07-2020 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
Faillissementsrecht. Termijnstelling door curator op grond van artikel 58 Fw. Hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris verworpen. - ECLI:NL:GHSHE:2018:200 — 16-01-2018 Hof 's-Hertogenbosch Civiel recht
faillissement (naam betrokkene)(-vennootschappen); geen pandrecht, want bestaan onderliggende vorderingen niet aangetoond