ECLI:NL:GHARL:2026:6418

Datum uitspraak
06-10-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht; Insolventierecht
Zaaknummer
200.374.034
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot instemming met dwangakkoord (artikel 287a Fw). Ondanks dat het De Goede Woning vrijstaat om volledige betaling van haar vordering te verlangen, brengt de weging van haar belangen afgezet tegen de belangen van appellante en de overige schuldeisers dat de belangen van appellante en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan de belangen van De Goede Woning.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.374.034

zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, [zaaknummer]

arrest van 6 oktober 2026

in de zaak van

[appellante] ( [appellante] )

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. B.J.H.L. Brouwer

tegen

1 Stichting De Goede Woning (De Goede Woning)

die is gevestigd in [woonplaats]

advocaat: mr. M.J. Seijbel

2. BonPrix Handelsgesellshaft mbH (BonPrix)

die is gevestigd in Hamburg, Duitsland

niet verschenen

hierna gezamenlijk: de weigerachtige schuldeisers

1 De procedure bij de rechtbank

[appellante] heeft bij de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (de rechtbank), tegelijk met een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp), een verzoek ingediend om de weigerachtige schuldeisers te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a Fw. [appellante] heeft op de mondelinge behandeling bij de rechtbank haar verzoek om te worden toegelaten tot de wsnp ingetrokken. In het vonnis van 27 augustus 2026 (het vonnis) heeft de rechtbank haar andere verzoek afgewezen.

2 De procedure bij het hof

2.1.

Met het op 3 september 2026 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellante] tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis. Zij heeft het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en te bevelen dat de weigerachtige schuldeisers alsnog instemmen met de aangeboden schuldregeling.

2.2.

Het hof heeft kennisgenomen van:

  • het beroepschrift met producties;

  • een V6 formulier van mr. Bouwer met producties;

  • het verweerschrift in hoger beroep van De Goede Woning met producties;

  • de door mr. Brouwer nagestuurde geordende producties.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 september 2026. Daarbij zijn verschenen:

  • [appellante] in persoon, bijgestaan door mr. Brouwer;

  • namens De Goede Woning mevrouw [naam1] en mevrouw [naam2] , bijgestaan door mr. Seijbel;

  • namens [financieel dienstverlener] ( [financieel dienstverlener] ) de heer [naam3] (de mentor/beschermingsbewindvoerder) en mevrouw [naam4] ;

  • mevrouw [naam5] (de ambulant begeleider) en de heer [naam6] .

BonPrix is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen en heeft evenmin een schriftelijke reactie ingediend.

3 De feiten, het oordeel van de rechtbank en de standpunten van partijen

Feiten

3.1.

Tussen 13 oktober 2017 en 9 augustus 2022 heeft [appellante] een woning gehuurd van De Goede Woning. In 2020 is er lekkage in deze huurwoning ontstaan en is er ook diverse andere schade ontstaan door de papegaaien die [appellante] hield. Volgens De Goede Woning heeft zij voor deze schade een vordering op [appellante] ter hoogte van € 9.159,60.

Op 9 augustus 2022 zijn partijen bij het ondertekenen van de huurovereenkomst voor de nieuwe huurwoning een vaststellingsovereenkomst overeengekomen (de gedragsaanwijzing). In de gedragsaanwijzing zijn onder meer afspraken vastgelegd over het uitvoeren van periodieke inspecties door De Goede Woning, het voorkomen van schade en overlast door huisdieren en het goed onderhouden en hygiënisch verantwoord bewonen van de huurwoning. Tussen augustus 2022 en medio 2024 zijn opnieuw problemen ontstaan. Zo hebben de ara’s van [appellante] overlast en schade veroorzaakt en heeft er in 2023 een incident voorgedaan tussen [appellante] en een bezoeker van haar buren. Vanwege haar psychische gesteldheid heeft [appellante] meerdere inspecties geweigerd of was zij niet aanwezig tijdens de inspecties.

3.2.

Uit het door [appellante] overgelegde crediteurenoverzicht blijkt dat zij een totale schuldenlast heeft van € 36.471,85, verdeeld over 29 schuldeisers. De vordering van De Goede Woning vertegenwoordigt 25,1 % van de totale schuldenlast. De vordering van BonPrix bedraagt € 514,16 en vertegenwoordigt 1,4 % van de totale schuldenlast. Van de 29 schuldeisers hebben alleen de weigerachtige schuldeisers niet ingestemd met de aangeboden schuldregeling.

3.3.

De aangeboden schuldregeling houdt in dat [appellante] in totaal € 1.972,10 ineens uitbetaalt aan de schuldeisers. Dit bedrag wordt verdeeld over de schuldeisers en het restant van de vorderingen wordt kwijtgescholden. Met de aangeboden schuldregeling zal De Goede Woning een bedrag van € 479,59 ontvangen, wat 5,24% is van haar vordering op [appellante] .

Het oordeel van de rechtbank

3.4.

De rechtbank heeft het verzoek om De Goede Woning en BonPrix te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling afgewezen, omdat er geen sprake is van een onredelijke weigering door De Goede Woning. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vordering van De Goede Woning een groot deel van de totale schuldenlast bedraagt en daarom niet snel sprake is van een onredelijke weigering. Daarnaast heeft [appellante] nooit (een deel van) de vordering van de Goede Woning betaald en dat kan haar worden verweten, aldus de rechtbank. Ook heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering van De Goede Woning in redelijkheid kan worden tegengeworpen aan [appellante] , omdat zij in de tussentijd nieuwe incidenten heeft veroorzaakt en de meeste huisdieren heeft behouden. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat precedentwerking ten aanzien van de andere huurders van De Goede Woning moet worden voorkomen.

Het standpunt van [appellante]

3.5.

[appellante] kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank en heeft in hoger beroep het volgende aangevoerd. [appellante] kampt met mentale problemen en is daardoor terughoudend in het contact met anderen. Door de inzet van een ambulant begeleider is [appellante] mentaal sterker, beter verzorgd en ondernemender. Om haar mentale toestand verder te verbeteren heeft [appellante] hulp gezocht bij [specifieke zorginstelling] . Door haar mentale problemen ontvangt [appellante] alleen een Wajong-uitkering en heeft zij geen vermogen. Om die reden is het percentage in de aangeboden schuldregeling het financieel maximaal haalbare bedrag. Omdat volgens [appellante] vaststaat dat De Goede Woning nooit haar vordering volledig betaald zal krijgen en de overige schuldeisers wel hebben ingestemd met de aangeboden schuldregeling is weigering door De Goede Woning onredelijk. Ook is [appellante] van mening dat de vele dieren die zij heeft behouden geen risico vormen voor toekomstige schade. Zo zitten de vogels inmiddels in volières, is de schade verholpen en zullen de ambulant begeleider en de mentor/beschermingsbewindvoerder erop toezien dat geen nieuwe schade zal ontstaan. Juist het behouden van de huisdieren is volgens [appellante] essentieel voor haar mentale gezondheid. Gelet op haar omstandigheden en haar stabiele geestelijke en financiële situatie dient het belang van [appellante] bij instemming met de aangeboden schuldregeling zwaarder te wegen dan het belang van De Goede Woning bij weigering daarvan, aldus steeds [appellante] .

Het standpunt van De Goede Woning

3.6.

Met de stelling dat weigering onredelijk is omdat alle andere schuldeisers hebben ingestemd, miskent [appellante] volgens De Goede Woning dat iedere schuldeiser in beginsel volledige voldoening van zijn vordering kan verlangen en dat de schuld aan De Goede Woning een groot percentage van de totale schuldenlast betreft. Daarnaast is De Goede Woning van mening dat objectieve waarborgen ontbreken die herhaling op schade moeten voorkomen. De Goede Woning stelt dat het huurderscontact met [appellante] structureel onvoldoende is en dat er nog steeds verontrustende signalen zijn over de woonsituatie van [appellante] die niet los kunnen worden gezien van de schade bij De Goede Woning. De rechtbank heeft volgens De Goede Woning terecht gewicht toegekend aan de omstandigheid dat de schade verwijtbaar is ontstaan en dat het herstel van de schade is bekostigd vanuit maatschappelijke middelen. Nu de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een onredelijke weigering, dient het vonnis te worden bekrachtigd met veroordeling van [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aldus De Goede Woning.

4 Het oordeel van het hof

Het juridisch kader

4.1.

De rechter kan het verzoek tot bevel om instemming met een aangeboden schuldregeling toewijzen als de weigerachtige schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de aangeboden schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat de schuldeisers hebben bij de uitoefening van hun bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad (artikel 287a lid 5 Fw). Bij deze beoordeling geldt als uitgangspunt dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat te verlangen dat zijn vordering volledig wordt voldaan.

Het oordeel van het hof

4.2.

Het hof stelt voorop dat de door [appellante] aangeboden schuldregeling goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en door een onafhankelijke en deskundige partij (gemeente [woonplaats] ) is getoetst.

4.3.

Het hof is van oordeel dat De Goede Woning in redelijkheid niet tot weigering van de aangeboden schuldregeling heeft kunnen komen en legt daaraan het volgende ten grondslag. Het hof begrijpt dat het kernbezwaar van De Goede Woning is gelegen in de verwijtbaarheid van de schade die door de huisdieren is ontstaan en het ontbreken van garanties dat die schade niet meer (door de huisdieren) zal ontstaan. Anders dan De Goede Woning betoogt, ziet het hof hierin geen zwaarwegend belang. Zoals De Goede Woning ook heeft onderkend, kampte [appellante] met grote mentale problemen op het moment van het ontstaan van de schade aan haar vorige woning. [appellante] ontvangt echter sinds enige tijd structurele begeleiding door haar mentor/beschermingsbewindvoerder en haar ambulant begeleider. Zowel haar beschermingsbewindvoerders en mentoren van [financieel dienstverlener] als haar ambulant begeleidster hebben verklaard dat haar mentale en fysieke toestand in een korte periode aanzienlijk is verbeterd. Op de zitting bij het hof is ook gebleken dat haar begeleiders een goede invloed op haar hebben en met [appellante] zijn begaan. Haar verbeterde toestand en het feit dat [appellante] de drie ara’s heeft weggedaan die aan een ander gebouw van De Goede Woning schade hadden veroorzaakt, hebben ertoe geleid dat er de afgelopen anderhalf jaar geen klachten meer zijn geweest over [appellante] . Dit is ook op de zitting bij het hof beaamd door De Goede Woning. Haar nauwe structurele begeleiding kan erop toezien dat [appellante] zich aan de afspraken houdt en dat in de toekomst geen schade meer ontstaat. Daarbij merkt het hof op dat met de toekomstige aanvullende ondersteuning van [specifieke zorginstelling] te verwachten valt dat de mentale gezondheid van [appellante] verder zal verbeteren en stabiliseren. Het door De Goede Woning gestelde belang bij persoonlijk contact met [appellante] , om te kunnen controleren hoe het met haar gaat en of zij de afspraken naleeft, volgt het hof niet. Deze opvatting miskent dat het binnen de taakstelling van een mentor ligt om [appellante] te vertegenwoordigen over aangelegenheden betreffende haar verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. [appellante] heeft op de zitting bij het hof verklaard veel stress te ervaren door de inspecties en wil in dit kader dat de mentor/beschermingsbewindvoerder namens haar de gesprekken voert met De Goede Woning. Dat is ook zo gebeurd. De Goede Woning heeft hierdoor de mogelijkheid om zowel de huurwoning te blijven inspecteren om te controleren of [appellante] de afspraken uit de gedragsaanwijzing nakomt, als van haar mentor te horen hoe het met [appellante] gaat.

4.4.

Het standpunt van De Goede Woning dat [appellante] afstand moet nemen van een deel van haar huisdieren en met de daardoor bespaarde kosten moet afbetalen op de vordering van De Goede Woning, volgt het hof ook niet. De beschermingsbewindvoerder van [appellante] heeft op de zitting toegelicht dat met een betaling van een gering bedrag aan een fonds en met behulp van de voormalige eigenaren van een aantal huisdieren, de kosten voor het voedsel van de huisdieren en de dierenarts worden betaald. Het behoud van de huisdieren heeft daarom maar een heel beperkte invloed op de aflossingscapaciteit van [appellante] . Daarentegen heeft [appellante] toegelicht dat de huisdieren essentieel zijn voor (de verbetering van) haar mentale en fysieke toestand. Haar mentor heeft dat bevestigd. Daarmee is een voldoende zwaarwegend belang bij het behoud van de dieren gegeven.

4.5.

De beschermingsbewindvoerder van [appellante] heeft toegelicht dat als de regeling niet doorgaat, alleen al tien jaar nodig is om de vordering van De Goede Woning te kunnen betalen. Omdat er echter veel meer vorderingen zijn, zal dat dus zeer waarschijnlijk veel langer gaan duren. De Goede Woning heeft op de zitting bij het hof verklaard dat zij met een betaling ineens van circa € 500 niet akkoord gaat, maar geen problemen heeft met een betalingstermijn van tien jaar (of langer). Het is aannemelijk dat de vooruitzichten voor de overige schuldeisers van [appellante] , bij aanvaarding van de aangeboden schuldregeling, gunstiger zijn dan bij verwerping daarvan, zodat ook zij belang hebben bij het doorgaan van de aangeboden schuldregeling. Het deel van het aangeboden bedrag dat afkomstig is uit een saneringskrediet (€ 1.328,68) is bovendien uitsluitend beschikbaar indien het verzoek om een dwangakkoord wordt toegewezen. Door haar mentale problematiek ontvangt [appellante] alleen een Wajong-uitkering en is het uitgesloten dat zij ooit betaald werk zal verrichten en een hoger inkomen zal verkrijgen. Daarmee is de kans nagenoeg nihil dat De Goede Woning bij het weigeren van de aangeboden schuldregeling, ook bij een alternatieve regeling zoals de wsnp of een faillissement, evenveel of meer zal ontvangen. Ondanks dat het De Goede Woning vrijstaat om volledige betaling van haar vordering te verlangen, brengt de weging van haar belangen afgezet tegen de belangen van [appellante] en de overige schuldeisers dat de belangen van [appellante] en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan de belangen van De Goede Woning.

4.6.

BonPrix is niet verschenen in de procedure en heeft dus niets aangevoerd om haar belang toe te lichten. Gelet op de genoemde omstandigheden hebben de weigerachtige schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling kunnen komen en zal het verzoek van [appellante] worden toegewezen.

Conclusie

4.7.

Het hoger beroep slaagt. Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Het verzoek van [appellante] zal alsnog worden toegewezen en dat betekent dat het hof De Goede Woning en BonPrix zal bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

4.8.

Volgens artikel 287a lid 6 Fw veroordeelt de rechter de schuldeiser die instemming met de schuldregeling heeft geweigerd, in de kosten van de procedure. Het hof begroot deze kosten aan de zijde van [appellante] bij de rechtbank op nihil en in hoger beroep op het bedrag van de eigen bijdrage van € 188.

5 De beslissing

Het hof:

5.1.

vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 27 augustus 2026 en beslist als volgt:

5.2.

beveelt De Goede Woning en BonPrix in te stemmen met de door [appellante] aan de gezamenlijke schuldeisers aangeboden schuldregeling;

5.3.

veroordeelt De Goede Woning en BonPrix in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellante] vastgesteld op € 188.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, D. Visser en H.M.L. Dings en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »