ECLI:NL:GHARL:2026:5777

Datum uitspraak
08-09-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.364.852/01
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek. Appellant krijgt de gelegenheid zijn gewijzigde eis alsnog aan geïntimeerde te betekenen.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.364.852/01

zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen 11491349

arrest van 8 september 2026

in de zaak van

[appellant] ( [appellant] )

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. F.J.M. van Rossem

en

Handelsonderneming Veso B.V. (Veso)

die is gevestigd in Emmen

niet verschenen

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, (hierna: de kantonrechter) op 28 oktober 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

• de dagvaarding in hoger beroep

• de memorie van grieven

1.2

Veso is in hoger beroep niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. Het hof heeft het arrest bepaald op heden.

2 De toelichting op de beslissing van het hof

2.1

Veso exploiteert een autohandel/garagebedrijf. In 2023 heeft [appellant] van Veso een gebruikte personenauto gekocht van het merk Mercedes met bouwjaar 2005 en met een kilometerstand van ongeveer 192.000 voor € 7.000, -. Volgens [appellant] was de werkelijke kilometerstand ten tijde van de verkoop veel hoger en was Veso daarvan op de hoogte maar heeft Veso daarover aan hem geen mededeling gedaan.

2.2

[appellant] heeft bij de kantonrechter ontbinding van de koopovereenkomst gevorderd en veroordeling van Veso tot betaling van € 12.538,35 met rente en kosten.

2.3

De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen.

2.4

[appellant] heeft zijn vordering in de dagvaarding in hoger beroep als volgt geformuleerd:

“Dat het uw gerechtshof moge behagen bij arrest, voor zover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van 28 oktober 2025 (…), en opnieuw rechtdoende, zo nodig onder verbetering van gronden, de vorderingen van appellant toe te wijzen (…), met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties”

2.5

In het petitum van de memorie van grieven vordert [appellant] dat het hof het vonnis van de kantonrechter vernietigt en dat het hof opnieuw rechtdoende:

primair

  1. de koopovereenkomst tussen partijen vernietigt wegens bedrog, althans dwaling;

  2. Veso veroordeelt om aan [appellant] de koopprijs van € 7.000, - terug te betalen;

  3. Veso veroordeelt om aan [appellant] te betalen de onderhoudskosten van € 3.234,35, motorrijtuigenbelasting van € 1.552, - en een verzekeringspremie van € 752, -;

  4. de vorderingen onder 1 en 2 (naar het hof begrijpt: de vorderingen onder 2 en 3) te vermeerderen met de wettelijke rente van artikel 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding in eerste aanleg, te weten 2 januari 2025, tot het moment waarop algehele betaling heeft plaatsgevonden;

subsidiair

  1. de koopovereenkomst ontbindt wegens non-conformiteit;

  2. Veso veroordeelt om aan [appellant] de koopprijs van € 7.000, - terug te betalen;

  3. Veso veroordeelt om aan [appellant] te betalen de onderhoudskosten van € 3.234,35, motorrijtuigenbelasting van € 1.552, - en een verzekeringspremie van € 752, -;

  4. Veso veroordeelt in de proceskosten van beide instanties, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.

2.6

[appellant] heeft in zijn memorie van grieven dus zijn eis gewijzigd. Niet gesteld of gebleken is dat Beck de eiswijziging aan Veso heeft betekend.

2.7

Tegen een niet in het geding verschenen geïntimeerde is een verandering of vermeerdering van eis in beginsel niet toegestaan (artikel 130 lid 3 en artikel 353 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Voorkomen moet immers worden dat de niet-verschenen geïntimeerde tot iets kan worden veroordeeld waarvan hij niet weet en niet kan weten dat en waarom het is gevorderd.

2.8

Het hof zal [appellant] daarom in de gelegenheid stellen zijn gewijzigde eis alsnog aan Veso te betekenen.

2.9

De zaak zal naar de rol van 6 oktober 2026 worden verwezen voor het overleggen van het betekeningsexploot.

3 De beslissing

Het hof:

3.1

stelt [appellant] in de gelegenheid zijn gewijzigde eis alsnog te betekenen aan Veso;

3.2

verwijst de zaak naar de rol van 6 oktober 2026 voor het overleggen van een betekeningsexploot door [appellant] ;

3.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.M.A. Wind en H. de Hek en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »