ECLI:NL:GHARL:2026:5380

Datum uitspraak
17-08-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Strafrecht; Strafprocesrecht
Zaaknummer
21-000767-20
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toepassing artikel 9a Sr.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000767-20

Uitspraak d.d.: 17 augustus 2023

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 11 februari 2020 met parketnummer 18-730225-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,

opgegeven adresgegevens stemmen overeen met de SKDB-gegevens.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 17 augustus 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis met uitzondering van de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft gevorderd om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen voor de duur van één jaar, met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. R.H. Bouwman, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 11 februari 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van een poging om een ander door giften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen een moord te plegen veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van wee jaren.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden en op juiste wijze heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het de strafoplegging betreft. Ten aanzien van enkel dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd.

Het hoger beroep

Nader onderzoek

In hoger beroep is onderzoek verricht naar de persoon van verdachte. Er is een Pro Justitia psychologisch onderzoek uitgevoerd en een reclasseringsrapport opgemaakt. Uit het Pro Justitia rapport is gebleken dat verdachte geen stoornis heeft en dat er om die reden ook geen sprake is van stoornis gerelateerd recidiverisico.

Gevoerde verweren

In hoger beroep is door de verdediging aangevoerd dat sprake is van psychische overmacht. In eerste aanleg heeft de rechtbank dit verweer verworpen. Het hof verenigt zich met hetgeen de rechtbank hierover heeft overwogen. De situatie waarin verdachte destijds verkeerde was afschuwelijk maar leidt er niet toe dat haar een geslaagd beroep op psychische overmacht toekomt.

Oplegging van straf en/of maatregel

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van verdachte, mr. R.H. Bouwman. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in.

Het hof heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en de bijzondere omstandigheden van het geval. Het hof weegt in strafmatigende zin mee dat verdachte ten tijde van de aan haar verweten gedragingen in een afschuwelijke situatie zat, waarin zij werd uitgebuit en stelselmatig mishandeld door haar toenmalige partner.

Het hof heeft bij de strafoplegging ook gelet op de strafverminderende omstandigheden die door de advocaat-generaal in het kader van een beroep op het non-punishment beginsel naar voren zijn gebracht. Het hof heeft gelet op:

  • de aard van de dwangmiddelen die werden gebruikt door de dader van de mensenhandel en het huiselijke geweld, waarvoor deze dader ook is veroordeeld;

  • de aard van het strafbare feit dat door verdachte is begaan. Hoewel het een zeer ernstig feit is, is het bij een mislukte uitlokking gebleven, die nagenoeg geen gevolgen heeft gehad voor het potentiële slachtoffer;

  • de rol van verdachte in het geheel;

  • de belangen van verdachte en

  • de handelingsalternatieven die voor verdachte openstonden.

Ter terechtzitting is hoger beroep heeft verdachte op indrukwekkende wijze treffend onder worden gebracht waarom zij heeft gehandeld zoals zij heeft gedaan en heeft zij de volle verantwoordelijkheid genomen voor haar handelen en inzicht getoond in de strafwaardigheid van haar handelen.

Gelet op hetgeen verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht, is het hof van oordeel dat het opleggen van een straf in de gegeven situatie geen redelijk doel meer dient. Het hof heeft ook het verloop van de procedure en de tijd die daar mee gemoeid is gegaan daarbij in aanmerking genomen.

Alles in onderling verband en samenhang bezien zal het hof op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 46a, 047 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. J. Dolfing en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Dörholt, griffier,

en op 17 augustus 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »