ECLI:NL:GHARL:2026:4984

Datum uitspraak
30-07-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Zaaknummer
200.367.790
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artikel 1:435 BW. Benoeming bewindvoerder. Bekrachtiging bestreden beschikking. Gegronde redenen om af te wijken van de voorkeur van de rechthebbende.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.367.790

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 12000366 UT VERZ 25-8406 gvdv

beschikking van 30 juli 2026

over de persoon van de bewindvoerder

in de zaak van

[de onderbewindgestelde]

die woont in [woonplaats]

advocaat: mr. C. Goudkamp

en

Stichting Parkub (Parkub)

die is gevestigd in Harmelen

en

Wett & Roobe B.V. (de bewindvoerder)die is gevestigd in Veenendaal

en

[de moeder] die woont in [woonplaats]

en

[de vader] die woont in [woonplaats]

en

[zus1] die woont in [woonplaats]

en

[zus2] die woont in [woonplaats]

en

[zus3] die woont in [woonplaats]

1 Samenvatting

De kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft Wett & Roobe B.V. tot bewindvoerder benoemd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2 De feiten

2.1.

[de onderbewindgestelde] is geboren op [geboortedatum] . De moeder en de vader zijn de ouders van [de onderbewindgestelde] . [zus1] , [zus2] en [zus3] zijn de zussen van [de onderbewindgestelde] .

2.2.

[de onderbewindgestelde] woont bij Parkub.

3 De procedure bij de kantonrechter

3.1.

Parkub heeft de kantonrechter verzocht een bewind in te stellen over de goederen die (zullen) toebehoren aan [de onderbewindgestelde] en Wett & Roobe B.V. tot bewindvoerder te benoemen.

3.2.

De kantonrechter heeft de verzoeken van Parkub toegewezen. De kantonrechter heeft een bewind ingesteld over de goederen die [de onderbewindgestelde] (zullen) toebehoren vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand van [de onderbewindgestelde] en Wett & Roobe B.V. tot bewindvoerder benoemd.

3.3.

Die beslissingen zijn vastgelegd in een beschikking van 22 januari 2026.

4 De procedure bij het hof

4.1.

[de onderbewindgestelde] is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter voor zover het de benoemde bewindvoerder betreft. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof die beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt en [zus2] tot bewindvoerder benoemt.

4.2.

De moeder is het eens met het verzoek van [de onderbewindgestelde] in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt voor zover het de benoemde bewindvoerder betreft en [zus2] tot bewindvoerder benoemt.

4.3.

Parkub en de bewindvoerder hebben tijdens de zitting bij het hof laten weten dat zij het wel eens zijn met de beslissing van de kantonrechter over de benoemde bewindvoerder. Zij willen dat het hof die beslissing van de kantonrechter in stand laat.

4.4.

Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het beroepschrift ontvangen op 21 april 2026

  • de stukken van [de onderbewindgestelde] van 4 mei 2026

  • het stuk van de moeder van 14 juni 2026

  • de stukken van de bewindvoerder van 15 juni 2026

4.5.

De zitting bij het hof was op 21 juli 2026. Aanwezig waren:

  • [de onderbewindgestelde] met zijn advocaat

  • een vertegenwoordiger van Parkub

  • een vertegenwoordiger van de bewindvoerder

  • de moeder

  • [zus2]

5 Het oordeel van het hof

Herstelfunctie hoger beroep

5.1.

De moeder heeft naar voren gebracht dat zij in eerste aanleg ten onrechte niet op de hoogte was gesteld van de procedure bij de kantonrechter en niet was opgeroepen voor de zitting bij de kantonrechter. Het hof merkt in dat kader op dat dit in verband met de herstelfunctie van het hoger beroep niet kan leiden tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter. Hoger beroep biedt de gelegenheid om eventuele fouten en verzuimen uit eerste aanleg te herstellen. De belanghebbenden, waaronder de moeder, hebben in hoger beroep de gelegenheid gekregen om hun standpunten uiteen te zetten en aanwezig te zijn bij de zitting. Zij hebben daarvan ook gebruik gemaakt.

De persoon van de bewindvoerder

Wat staat in de wet?

5.2.

Op grond van artikel 1:435 lid 3 BW volgt de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. Uit het vierde lid van dat artikel volgt dat, tenzij lid 3 is toegepast, als de rechthebbende is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levenspartner heeft, bij voorkeur de echtgenoot, geregistreerd partner, dan wel een andere levensgezel tot bewindvoerder wordt benoemd. Is het voorgaande niet van toepassing, dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder benoemd.

Hoe oordeelt het hof?

5.3.

Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat er gegronde redenen zijn om af te wijken van de voorkeur van [de onderbewindgestelde] om [zus2] als bewindvoerder te benoemen en dat het in het belang van [de onderbewindgestelde] is dat een professionele bewindvoerder wordt benoemd. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof licht dat hieronder toe.

5.4.

Tijdens de zitting heeft Parkub laten weten dat er in het belang van [de onderbewindgestelde] wordt toegewerkt naar meer zelfstandigheid. Het doel is daarbij dat [de onderbewindgestelde] zelfstandig gaat wonen in een sociale woning met ambulante begeleiding. Parkub heeft toegelicht dat er voor het kunnen verkrijgen van een degelijke woning sprake moet zijn van een stabiele (financiële) situatie bij [de onderbewindgestelde] .

Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder in dat kader laten weten dat op dit moment sprake is van een stabiele financiële situatie en dat er sinds het instellen van het bewind wordt gespaard voor onvoorzienbare omstandigheden. Voor het hof is het, mede gelet op de complexe en belastende familieverhoudingen zoals die uit het dossier blijken, niet voldoende duidelijk dat die stabiele situatie zou blijven bestaan als [zus2] tot bewindvoerder wordt benoemd. In dat kader vindt het hof mede van belang dat Parkub tijdens de zitting onweersproken heeft gesteld dat [de onderbewindgestelde] minder spanningen ondervindt sinds zijn financiën door een derde worden beheerd en hij geen contact meer met zijn familie hoeft op te nemen om geld te vragen, zodat er ook in die zin inmiddels sprake is van meer stabiliteit.

5.5.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof voldoende komen vast te staan dat het hebben van een onafhankelijke bewindvoerder de voor [de onderbewindgestelde] benodigde stabiliteit ten goede komt en dat dit dan ook in het belang van [de onderbewindgestelde] is. Dit maakt dat er gegronde redenen zijn om af te wijken van de voorkeur van [de onderbewindgestelde] om [zus2] als bewindvoerder te benoemen. Daar komt bij dat de bewindvoerder tijdens de zitting heeft benadrukt dat budgetbeheer of bewindvoering door een onafhankelijke persoon een gebruikelijke voorwaarde is voor het kunnen verkrijgen van een sociale huurwoning met ambulante begeleiding.

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 22 januari 2026, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, R. Feunekes en L.D.M. Rubens-Snijders, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »