ECLI:NL:GHARL:2026:2359

Datum uitspraak
21-04-2026
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.356.606
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.356.606

zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 11424799

beschikking van 21 april 2026

in de zaak van

[appellant] ,

die woont in [woonplaats] ,

die hoger beroep heeft ingesteld,

en bij de kantonrechter optrad als verzoeker,

advocaat: mr. M. de Jong,

en

Vereniging van Eigenaars van het Flatgebouw [complex] te [woonplaats] (de VvE)

die is gevestigd in Wateringen,

en bij de kantonrechter optrad als verweerster,

advocaat: mr. M.J. Goedhart,

met als belanghebbenden:

1 [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

2. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

3. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

4. [belanghebbende 4]

die woont in [woonplaats] ,

5. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

6. [belanghebbende ],

die woont in [woonplaats] ,

7. [belanghebbende ],

die woont in [woonplaats] ,

8. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

9. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

10. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

11. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

12. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

13. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

14. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

15. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

16. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

17. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

18. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

19. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

20. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

21. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

22. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

23. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

24. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

25. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

26. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

27. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

28. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

29. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

30. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

31. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

32. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

33. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

34. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

35. Adamse Beheer Lopik B.V.

die is gevestigd in Lopik,

36. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

37. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

38. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

39. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

40. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

41. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

42. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

43. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

44. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

45. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

46. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

47. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

48. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

49. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

50. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

51. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

52. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

53. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

54. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

55. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

56. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

57. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

58. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

59. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

60. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

61. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

62. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

63. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

64. [belanghebbende ]

die wonen in [woonplaats] ,

65. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

66. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

67. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

68. [belanghebbende 68]

die woont in [woonplaats] ,

69. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

70. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

71. [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

72 [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] ,

73 [belanghebbende ]

die woont in [woonplaats] .

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikking die kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 28 mei 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

  • het beroepschrift,

  • het verweerschrift,

  • de oproeping bij gewone brief van 17 september 2025 van de belanghebbenden uitgezonderd [belanghebbende 68] ;

  • de oproeping bij aangetekende brief van 1 december 2025 van belanghebbende [belanghebbende 68] ;

  • een brief van 16 februari 2026 van [appellant] met producties.

1.2.

Op 25 februari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [appellant] is verschenen, bijgestaan door mr. M. de Jong. Namens de VvE is verschenen [bestuurde VvE] , bestuurder, bijgestaan door mr. M.J. Goedhart. Als belanghebbende is verschenen [belanghebbende 4] . Daarnaast is verschenen [VvE beheerder] namens de beheerder VT 2000. De partijen zijn in de gelegenheid gesteld het woord te voeren.

1.3.

Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het hof bepaald dat uitspraak zal worden gedaan.

2 De kern van de zaak

2.1.

De vergadering van de VvE heeft op 28 oktober 2024 besloten om een verduurzamingsscenario nader uit te laten werken tot een detailplan. [appellant] meent dat de VvE niet in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen en verzoekt daarom vernietiging van het besluit.

2.2.

De kantonrechter heeft het verzoek van [appellant] afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat het afgewezen verzoek alsnog wordt toegewezen.

2.3.

Het hof vindt het verzoek evenmin toewijsbaar en zal de beschikking van de kantonrechter bekrachtigen. Hierna licht het hof deze beslissing toe, nadat het eerst de relevante feiten heeft weergegeven.

3 De feiten

3.1.

De VvE voert het beheer over het complex “ [complex] ” in [woonplaats] . De VvE heeft het voornemen om maatregelen te nemen in het kader van verduurzaming van het complex. Centraal Beheer heeft op 18 oktober 2023 – in samenwerking met Klimaatmissie Nederland – een voorstel gedaan om de verduurzamingsplannen te concretiseren en uit te werken in een detailplan. Centraal Beheer heeft daarbij aan de VvE drie verduurzamingspakketten (scenario’s) voorgelegd (hierna: het startplan). Scenario 1 is het minst uitgebreid en scenario 3 het meest uitgebreid. Blijkens de offerte van Centraal Beheer is scenario 2 een uitbreiding van scenario 1 en bestaat scenario 3 weer uit scenario 2 met een extra aanvulling daarop.

3.2.

De Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VvE heeft op 7 november 2023 voor scenario 1 gestemd. Dit besluit is door de kantonrechter op 14 augustus 2024 nietig verklaard, omdat de vereiste gewone meerderheid van stemmen niet was behaald.

3.3.

De VvE heeft de leden op 14 oktober 2024 opgeroepen voor een extra (buitengewone) ALV. De oproepingsbrief vermeldt dat er op de vergadering nogmaals zal worden gestemd over het verduurzamen van VvE [complex] en dat de stukken voor de vergadering op de portal zijn terug te vinden. Aan de oproepingsbrief zijn een volmachtformulier en stembriefjes gehecht. Op het stembriefje staan de volgende stemmogelijkheden:

3.4.

De agenda van de extra (buitengewone) ledenvergadering vermeldt – voor zover hier relevant – het volgende:

“(…) 4.1 Verduurzaming VvE [complex]

Tijdens deze ELV zal er nogmaals gevraagd worden om kenbaar te maken of nader onderzoek uitgevoerd zal worden naar verduurzaming binnen VvE [complex] zo ja, welk scenario uw voorkeur heeft. Indien er voor een scenario wordt gekozen, zal dit verder worden uitgewerkt in een detailplan. De offerte van Klimaat Missie Nederland voor het uitwerken van het detailplan is aan de vergaderstukken toegevoegd.

De vergadering dient eerst een besluit te nemen over het vraagstuk of er wel of niet nader onderzoek uitgevoerd zal worden naar verduurzaming. Indien de meerderheid van de eigenaren in stemt met onderzoek naar verduurzamen, dan zullen de scenario's in stemming worden gebracht.

Het voorstel is om nader onderzoek te doen naar verduurzaming van VvE [complex] . De vergadering wordt gevraagd hierover een besluit te nemen.

4.2

Scenariokeuze verduurzaming

Indien de meerderheid van de vergadering heeft ingestemd met het voorstel om te gaan verduurzamen, dient de vergadering een keuze te maken uit een van de 3 scenario's uit het startplan. Daarbij stemt de vergadering in met de kosten die door Klimaat Missie Nederland in rekening gebracht worden voor het uitwerken van het detailplan.

De vergadering wordt gevraagd om een keuze te maken uit een van de 3 scenario's uit het startplan.

Indien u voor scenario 2 of scenario 3 kiest, dient u daarnaast aan te geven of u ook instemt met het voorgaande scenario. Bijvoorbeeld als u scenario 2 kiest, stemt u daarmee ook in met scenario 1? (…)”

3.5.

De VvE heeft vervolgens op 28 oktober 2024 de verschillende scenario’s uit het startplan opnieuw ter stemming voorgelegd aan de ALV. De samenwerking tussen Centraal Beheer en Klimaatmissie Nederland was inmiddels gewijzigd, zodat bij instemming van de vergadering niet Centraal Beheer maar Klimaatmissie Nederland als directe contractspartij van de VvE zou gaan gelden. De VvE heeft voorafgaand aan de ALV aan Klimaatmissie Nederland gevraagd scenario 1 alvast in een offerte uit te werken. Het totaalbedrag van de offerte, € 33.456,00, voor scenario 1 van Klimaatmissie Nederland was even hoog als de kosten van scenario 1 die in het startplan van Centraal Beheer werden genoemd. Zowel het startplan van Centraal Beheer als de offerte voor scenario 1 van Klimaatmissie zijn voor de ALV via de portal aan de leden verstrekt.

3.6.

Uit de notulen van de vergadering volgt dat besluit 4.1 (onderzoek doen naar verduurzaming) met meerderheid van stemmen (60 voor, 10 tegen) is aangenomen. Over besluit 4.2.1 en 4.2.2 vermelden de notulen:

“(….) 4.2 Scenariokeuze verduurzaming

Omdat de meerderheid van de vergadering heeft ingestemd met het voorstel om te gaan verduurzamen, diende de vergadering een keuze te maken uit een van de 3 scenario's uit het startplan. Daarbij stemde de vergadering in met de kosten die door Klimaat Missie Nederland in rekening gebracht worden voor het uitwerken van het detailplan.

Indien de eigenaren voor scenario 2 of scenario 3 kozen, dienden zij daarnaast aan te geven of zij ook instemden met voorgaande scenario's. Bijvoorbeeld als u scenario 2 kiest, stemt u daarmee ook in met scenario 1?

Stemming via stembriefjes op naam:

• Scenario 1: 31 stemmen

• Scenario 2: 12 stemmen

• Scenario 3: 16 stemmen

• Met de meerderheid meestemmen: 4 stemmen

• Blanco: 3 stemmen

• Niet uitgebrachte stemmen: 4 stemmen

(Dit aantal is inclusief de stemmen van twee leden die de vergadering voortijdig hebben verlaten)

Bij het aantal stemmen voor scenario 1 worden opgeteld:

• 11 van de 12 stemmen voor scenario 2 die instemmen met voorgaand scenario

• 15 van de 16 stemmen voor scenario 3 die instemmen met voorgaande scenario's

• 4 stemmen die meestemmen met de meerderheid

Dit houdt in dat voor scenario 1 is gekozen met een meerderheid van 61 (31+11+15+4) stemmen. Hiermee besluit de vergadering tot het uitwerken van een detailplan voor scenario 1 en gaat hiermee akkoord met de offerte van Klimaat Missie Nederland. (….)”.

4 De toelichting op de beslissing van het hof

Ontvankelijkheid

4.1.

De VvE heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep, omdat hij het beroep niet heeft ingesteld binnen de op grond van artikel 5:130 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geldende termijn van één maand. Het hof volgt de VvE niet in dit betoog. De VvE heeft weliswaar een beroepschrift ontvangen met daarop de datumstempel 28 juli 2025, maar het hof heeft reeds op 27 juni 2025 een beroepschrift van [appellant] ontvangen. Bij dit beroepschrift ontbraken tabbladen en een inventarisatielijst, waarna [appellant] in de gelegenheid is gesteld deze fout te herstellen. Dit hernieuwde beroepschrift is vervolgens op 28 juli 2025 bij het hof ingekomen. Overigens heeft de VvE al op 15 juli 2025 een brief van het hof ontvangen waaruit volgt dat door [appellant] hoger beroep is ingesteld en dat [appellant] in de gelegenheid is gesteld om vóór 29 juli 2025 nadere informatie en stukken aan te leveren. De VvE kon op grond van deze brief weten dat de datum op het door haar ontvangen beroepschrift van 28 juli 2025 niet de datum was waarop het hoger beroep door [appellant] was ingesteld. [appellant] heeft tijdig hoger beroep ingesteld en is ontvankelijk in zijn hoger beroep.

Vernietigbaarheid van het bestreden besluit

4.2.

Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 5:130 BW in verbinding met artikel 2:15 BW een besluit van de ALV kan worden vernietigd als dat besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Het hof moet beoordelen of de ALV bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Hierbij staat voorop dat de besluiten door de ALV democratisch zijn genomen. De rechter past bij de beoordeling dus terughoudendheid toe.

4.3.

Het hof begrijpt uit de grieven in het beroepschrift van [appellant] dat hij zich op het standpunt stelt dat de stemprocedure niet volgens de regels is verlopen, dat de stemprocedure en scenariokeuze onvoldoende duidelijk waren en dat de ALV ook niet in redelijkheid tot het besluit had kunnen komen omdat de financiële belangen onvoldoende zijn meegewogen. Het hof zal hierop in het navolgende nader ingaan.

De stemprocedure en scenariokeuze waren voldoende duidelijk

4.4.

Het hof stelt voorop dat de bezwaren van [appellant] zich niet richten tegen besluit 4.1 (weergegeven onder rov 3.4), waarin is besloten dat er nader onderzoek zal worden gedaan naar verduurzaming van de VvE. Hiermee staat vast dat de ALV met meerderheid van stemmen heeft aangenomen dat er nader onderzoek zal worden gedaan naar verduurzaming. Vervolgens speelt een rol dat er al op 7 november 2023 een stemming heeft plaatsgevonden over de drie verduurzamingsscenario’s van Centraal Beheer, waarbij de meeste stemmen zijn uitgebracht voor scenario 1. Dat dit besluit vervolgens door de kantonrechter op 14 augustus 2024 is vernietigd omdat het besluit niet met een meerderheid van stemmen is genomen, doet niet af aan het feit dat op de vergadering van 7 november 2023 reeds van een voorkeur voor scenario 1 was gebleken. Tegen deze achtergrond en context is het hof van oordeel dat voldoende duidelijk was waarover (bij besluit 4.2.1 en 4.2.2) werd gestemd. Het hof acht hierbij het volgende van belang.

4.5.

Bij de uitnodiging voor de ALV is een stemformulier meegestuurd (weergegeven onder rov. 3.3) waaruit volgt dat bij besluit 4.2.1 moest worden gestemd over de drie scenario’s uit het startplan. Dit volgt ook uit de meegezonden agenda (weergegeven onder rov. 3.4). Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het voor de leden van de VvE duidelijk moet zijn geweest dat het ging om de drie scenario’s uit het startplan van Centraal Beheer. Dit startplan was op de portal van de VvE ook terug te vinden. Vervolgens blijkt uit het stemformulier dat bij 4.2.2 moest worden gestemd over de vraag of de leden indien zij voor scenario 2 of 3 hadden gestemd, ook konden instemmen met de voorgaande scenario’s. Ook op dit punt is een toelichting gegeven in de meegezonden agenda. Dat voor [appellant] of de andere leden van de VvE desondanks onvoldoende duidelijk was waarover werd gestemd, is gelet op dit stemformulier en de meegezonden agenda, door hem onvoldoende onderbouwd. Bovendien heeft [appellant] op de zitting bij het hof aangegeven dat voor hemzelf wel duidelijk was waarover werd gestemd, maar dat hij het voor anderen niet duidelijk genoeg vond.

4.6.

[appellant] heeft verder aangevoerd dat de gekozen stemprocedure in strijd is met het toepasselijke modelreglement, omdat de leden van de VvE eerst een keuze moesten maken voor één van de drie scenario’s, waarna de leden die voor scenario 2 of 3 hadden gekozen konden instemmen met de eerdere scenario’s. [appellant] onderbouwt zijn standpunt met een citaat uit het modelreglement en parafrases uit de artikelen 32, 33 en 34 van het modelreglement. Het hof heeft het “citaat” echter niet kunnen terugvinden en herkent evenmin de geparafraseerde inhoud van de andere genoemde bepalingen. Anders dan [appellant] leidt het hof uit (de bewoordingen van) het modelreglement dan ook niet af dat het zich verzet tegen de door de VvE gekozen stemprocedure.

4.7.

Het hof is verder met de kantonrechter van oordeel dat ook het enkele feit dat er al een uitgewerkte offerte van Klimaatmissie Nederland lag voor scenario 1 (en niet voor scenario 2 en 3), niet maakt dat er sprake is van een onduidelijke stemprocedure. Gelet op de eerdere stemming op 7 november 2023 was aannemelijk dat de voorkeur zou uitgaan naar scenario 1. Tegen die achtergrond is de keuze van de VvE om Klimaatmissie Nederland alvast een offerte te laten uitbrengen voor scenario 1 niet onredelijk, gelet op de wens om verder tijdsverlies te voorkomen. De offerte van Klimaatmissie Nederland was door de VvE ook bij de stukken gevoegd. In de inleiding van deze offerte is opgenomen dat Klimaatmissie Nederland eenzelfde voorstel doet als Centraal Beheer: “In een eerder stadium heeft u al een offerte ontvangen voor de activiteiten die nodig zijn om concreet tot een investeringsbesluit te komen. In dit voorstel wordt vanuit Klimaatmissie, zonder tussenkomst van Centraal Beheer, eenzelfde samenwerkingsvoorstel gedaan.”. Hiermee was voldoende duidelijk dat de offerte van Klimaatmissie Nederland was gebaseerd op scenario 1 van Centraal Beheer. Voor zover [appellant] heeft aangevoerd dat de offerte van Klimaatmissie Nederland afwijkt van scenario 1 van Centraal Beheer, is het hof van oordeel dat het daarbij hooguit gaat om accentverschillen en dat dit niet maakt dat er daarmee geen sprake meer was van een duidelijke stemprocedure. Ook hier geldt bovendien dat [appellant] ter zitting bij het hof heeft verklaard dat, hoewel hij vindt dat de stemming niet duidelijk is voorgelegd, het voor hem wel duidelijk was waar hij over moest stemmen. De grieven I en II falen daarmee.

De VvE heeft in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit kunnen komen

4.8.

[appellant] handhaaft in hoger beroep daarnaast zijn standpunt dat de VvE niet in redelijkheid tot het genomen besluit heeft kunnen komen omdat de VvE geen rekening heeft gehouden met de belangen van de individuele leden. [appellant] brengt ook in hoger beroep als argumentatie naar voren dat de VvE-bijdrage als gevolg van het besluit omhoog zal gaan en dat niet alle leden dit kunnen betalen. Volgens [appellant] is sprake van een ontoereikende onderhoudsreserve, is er achterstallig onderhoud en zijn de huidige servicekosten al erg hoog. Bovendien wordt er geld uitgegeven aan een offerte voor zonnepanelen, terwijl algemeen bekend is dat de salderingsregeling voor zonnepanelen vanaf 2027 stopt. Daarnaast blijft [appellant] bij zijn standpunt dat er onvoldoende liquide middelen zijn om de offerte van Klimaatmissie Nederland te voldoen. De eventuele subsidie van € 20.000,00 volgt pas na de realisatie en is niet gegarandeerd, aldus [appellant] .

4.9.

Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de kantonrechter dat niet is gebleken dat de VvE-bijdrage door besluit 4.2 is gestegen en dat de ALV daar ook niet over heeft gestemd en maakt dit oordeel tot het zijne. Besluit 4.2 gaat alleen over de opdracht aan Klimaatmissie Nederland om scenario 1 in een detailplan uit te werken. Dat de VvE-bijdrage bij het daadwerkelijk uitvoeren van de verduurzamingsplannen kan stijgen was bij dit besluit nog niet aan de orde en behoefde door de VvE ook niet te worden meegewogen. Hierover zal, als dat tegen die tijd aan de orde is, door de vergadering (opnieuw) gestemd moeten worden. Het voorgaande geldt eveneens voor de beslissing welke verduurzamingsplannen daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd. De VvE heeft ter zitting nader uiteengezet dat als het detailplan er ligt, er nog moet worden beslist wat de VvE gaat doen. Volgens de VvE kan het zijn dat wordt afgezien van het plaatsen van zonnepanelen, omdat dit (door het stoppen van de salderingsregeling) minder interessant is geworden. Ook dit punt behoefde daarmee door de VvE bij het nemen van het onderhavige besluit nog niet te worden meegewogen.

4.10.

Dat de financiën van de VvE het betalen van de factuur van Klimaatmissie Nederland niet toelaten is door [appellant] ook in hoger beroep onvoldoende onderbouwd. De VvE heeft op de zitting bij het hof onbetwist verklaard dat het hele bedrag van de offerte van Klimaatmissie Nederland reeds is betaald en dat de subsidie van € 20.000,00 nog terug wordt verwacht. Het hof is evenals de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden gesteld dat de VvE, gelet op alle belangen, in strijd heeft gehandeld met de redelijkheid en billijkheid door tot het onderhavige besluit te komen. Grief III faalt.

Overige grieven

4.11.

Gelet op het voorgaande kan grief IV verder buiten beschouwing blijven; deze is gericht tegen de overweging van de kantonrechter die erop neerkomt dat [appellant] eventuele onduidelijkheden aan zichzelf te wijten heeft, doordat hij de ledenvergadering voortijdig had verlaten. Die grief kan niet tot een ander oordeel leiden. Het hof heeft hiervoor reeds meegewogen dat [appellant] ter zitting heeft verklaard dat het voor hemzelf wel duidelijk was waarover werd gestemd, zodat het feit dat hij de vergadering vroegtijdig heeft verlaten, hierin geen verschil maakt.

De conclusie

4.12.

Het hoger beroep slaagt niet. Omdat [appellant] in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof hem veroordelen tot betaling van de proceskosten van de VvE bij het hof.

4.13.

De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

5 De beslissing

Het hof:

5.1.

bekrachtigt de bestreden beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 28 mei 2025;

5.2.

veroordeelt [appellant] tot betaling van de volgende proceskosten van de VvE:

€ 827,00 aan griffierecht

€ 2.580,00 aan salaris van de advocaat van de VvE (2 procespunten x het toepasselijke tarief II)

5.3.

bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag.

Deze beschikking is gegeven door mrs. G.A. Diebels, M. Schoemaker en R. Verkijk, en is in het openbaar uitgesproken op 21 april 2026.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »