ECLI:NL:GHAMS:2026:2645

Datum uitspraak
22-09-2026
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Rechtsgebied
Civiel recht
Zaaknummer
200.363.016
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Klacht tegen drie (kandidaat-)notarissen. Wijziging testament en herroeping notariële volmacht door moeder klager. Communicatie met klager. Belanghebbende-begrip; art. 99 lid 1 Wna. Klacht deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.363.016/01 NOT

nummers eerste aanleg : 25-21, 25-22 en 25-32

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 22 september 2026

inzake

[appellant] ,

wonend te [plaats 1] ,

appellant,

tegen

1 [geïntimeerde 1] ,

destijds kandidaat-notaris te [plaats 2] , thans kandidaat-notaris te Bodegraven-Reeuwijk,

gemachtigde: mr. H.P. Hieltjes, advocaat te Amsterdam,

2. [geïntimeerde 2],

notaris te [plaats 2] ,

gemachtigde: mr. H.P. Hieltjes, advocaat te Amsterdam,

3. [geïntimeerde 3],

notaris te [plaats 3] ,

geïntimeerden.

Partijen worden hierna klager en de kandidaat-notaris dan wel notaris [naam 1] dan wel notaris [naam 2] genoemd. De kandidaat-notaris, notaris [naam 1] en notaris [naam 2] worden hierna tezamen de notarissen genoemd:

1 De zaak in het kort

Notaris [naam 2] heeft in 2010 voor de moeder van klager een notariële volmacht gepasseerd. In deze volmacht is een aan het kantoor van notaris [naam 2] gelieerde stichting als reservegevolmachtigde benoemd. In 2024 heeft de kandidaat-notaris het gewijzigde testament van moeder gepasseerd. In dat kader is van een arts een medische verklaring over de wilsbekwaamheid van moeder ontvangen. Een maand later heeft de kantonrechter het verzoek van klager tot onderbewindstelling van zijn moeder afgewezen. Nog een maand later heeft notaris [naam 1] voor moeder een gewijzigde notariële volmacht gepasseerd, waarbij de broer van klager tot enig gevolmachtigde van moeder is benoemd. In deze tuchtprocedure maakt klager de notarissen diverse verwijten, onder meer over (het onderzoek naar) de wilsbekwaamheid van moeder alsmede de weigering van de notarissen tot het verstrekken van informatie aan klager dan wel tot de beantwoording van zijn vragen. In eerste aanleg is de klacht van klager niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van enig belang van klager bij de klacht. In hoger beroep is ook het hof van oordeel dat klager bij een groot deel van de klacht geen belang heeft en dus niet-ontvankelijk is. Op het punt van de communicatie met klager is de klacht wel ontvankelijk, maar het hof oordeelt dat dit deel van de klacht ongegrond is.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Klager heeft op 23 december 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 10 december 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemde nummers (ECLI:NL:TNORDHA:2025:27).

2.2.

Notaris [naam 2] heeft op 17 februari 2026 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.

2.3.

De kandidaat-notaris en notaris [naam 1] hebben op 18 februari 2026 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend.

2.4.

Klager heeft op 3 maart 2026 een aanvullende productie bij het hof ingediend.

2.5.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

2.6.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 10 juni 2026. Klager alsmede de kandidaat-notaris en notaris [naam 1] , vergezeld van hun gemachtigde, en notaris [naam 2] zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

3 Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.

3.1.

De vader van klager (hierna: erflater) en de moeder van klager (hierna: moeder) hebben twee kinderen, te weten klager en de broer van klager (hierna: de broer).

3.2.

Op 21 mei 2010 heeft notaris [naam 2] voor moeder een notariële volmacht gepasseerd. Erflater was benoemd als eerste gevolmachtigde. De Stichting Bewind en Executele [naam 2] Notariaat was benoemd als reservegevolmachtigde onder de opschortende voorwaarde dat door een arts schriftelijk werd verklaard dat moeder ten gevolge van geestelijk en/of lichamelijk onvermogen haar zaken niet zelf meer kon behartigen.

3.3.

Erflater is op 24 februari 2024 overleden.

3.4.

Blijkens een – op verzoek van notaris [naam 1] opgestelde – medische verklaring van arts [naam 3] van 18 september 2024 is moeder wilsbekwaam ten aanzien van het opstellen van een testament en het (mede op eigen verzoek) van kracht worden van de onder 3.2. genoemde notariële volmacht.

3.5.

Op 21 oktober 2024 heeft de kandidaat-notaris een gewijzigd testament van moeder gepasseerd.

3.6.

Bij beschikking van 19 november 2024 heeft de kantonrechter het verzoek van klager tot onderbewindstelling van moeder afgewezen. De kantonrechter heeft daarbij geoordeeld dat moeder voldoende in staat wordt geacht te bepalen wat zij wil.

3.7.

Op 30 december 2024 heeft notaris [naam 1] een gewijzigde notariële volmacht (levenstestament) van moeder gepasseerd. Daarbij is de broer benoemd tot enig gevolmachtigde. De akte is ondertekend in aanwezigheid van twee getuigen (medewerkers van notaris [naam 1] ).

3.8.

Op 19 februari 2025 heeft – onder andere naar aanleiding van vragen van klager over de wijziging van het testament en de notariële volmacht van zijn moeder – een gesprek op het notariskantoor plaatsgevonden tussen de kandidaat-notaris en klager.

3.9.

Bij beschikking van 24 september 2025 heeft het gerechtshof de beschikking van de kantonrechter van 19 november 2024 bekrachtigd. Uit de beschikking blijkt dat moeder ter zitting heeft aangegeven dat zij de huidige situatie betreurt, zichzelf nog steeds in staat acht om zelf keuzes te maken en graag zou zien dat de broer gevolmachtigde blijft.

4 De klacht

4.1.

De broer heeft klager na het overlijden van erflater buitenspel gezet bij de financiële en juridische afhandeling van de nalatenschap van erflater, de zorg voor moeder alsook het beheer van haar financiën.

4.2.

Volgens klager is de volmacht uit 2010 nooit formeel herroepen met een notariële herroepingsakte. Notaris [naam 2] heeft deze volmacht niet geactiveerd vanwege de “afstand”, zonder juridische grondslag. Slechts drie weken na haar tweede herseninfarct op 6 juli 2024 heeft moeder het testament gewijzigd, vermoedelijk onder druk van de broer, ten gunste van een legaat voor een kind van diens vrouw uit een vorig huwelijk. De kandidaat-notaris heeft het testament gepasseerd en een wilsbekwaamheidsonderzoek laten uitvoeren door arts [naam 3] , maar [naam 3] was er niet van op de hoogte dat de volmacht uit 2010 niet geactiveerd zou worden. Twee dagen na het ontslag van moeder uit het ziekenhuis vanwege een derde herseninfarct is een nieuwe volmacht gepasseerd door notaris [naam 1] , waarin de broer werd benoemd tot gevolmachtigde. De volmacht bevat onjuiste informatie, omdat moeder stelt dat er twee getuigen in het verzorgingstehuis langs zijn geweest voor het testament, maar in de volmacht heeft de notaris opgenomen dat moeder voor haar verscheen, wat impliceert dat moeder bij de notaris is langsgegaan. De notarissen hebben mogelijk niet in het belang van moeder gehandeld, maar zich laten leiden door de broer. Tijdens het gesprek met de kandidaat-notaris op 19 februari 2025 werd MS Teams in de ontvangstruimte ingeschakeld. Toen klager vroeg of het gesprek werd opgenomen of dat er iemand meekeek, kreeg hij daarop geen antwoord, maar meldde de kandidaat-notaris zich ziek.

4.3.

Klager verwijt de notarissen gebrek aan transparantie. Zij zijn mogelijk misleid door de broer. Klager heeft vragen bij (het onderzoek naar) de wilsbekwaamheid van moeder. De notarissen lijken hun zorgplicht te hebben geschonden door wijzigingen door te voeren zonder volledige toetsing, mogelijk in het belang van de broer.

4.4.

Klager verwijt notaris [naam 2] dat zij de volmacht uit 2010 niet heeft geactiveerd vanwege de “afstand”. Zij heeft geweigerd om klager hierover informatie te verstrekken en zij heeft niet meegewerkt om klager duidelijkheid te verschaffen.

4.5.

Klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij tijdens de onderbewindstellingsprocedure een nieuw testament en/of volmacht voor moeder heeft opgesteld zonder rekening te houden met de bestaande volmacht uit 2010. Zij heeft een onderzoek naar de wilsbekwaamheid van moeder laten uitvoeren op basis van incorrecte aannames en zij heeft geweigerd om vragen te beantwoorden over haar handelwijze.

4.6.

Klager verwijt notaris [naam 1] dat zij tijdens de aanhangige hoger beroepsprocedure over het verzoek tot onderbewindstelling wijzigingen van de volmacht en het testament van moeder heeft uitgevoerd, in een periode waarin de wilsbekwaamheid ernstig in twijfel moest worden getrokken. De notaris weigert om hierover vragen te beantwoorden.

5 Beoordeling

5.1.

De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de notarissen niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van enig belang bij het indienen van de klacht, als bedoeld in artikel 99 lid 1 van de Wet op het notarisambt (hierna: Wna).

Gang van zaken eerste aanleg

5.2.

In zijn beroepschrift heeft klager aangevoerd dat notaris [naam 2] niet bij de inhoudelijke behandeling van de klacht tegen de kandidaat-notaris en notaris [naam 1] aanwezig is geweest, terwijl dat gelet op de samenhang tussen de klachten wel essentieel was voor een zorgvuldig proces. Bij dit procedurele bezwaar heeft klager echter geen belang. Zijn hoger beroep leidt ertoe dat de klacht opnieuw in volle omvang wordt behandeld. Een eventueel gebrek in de behandeling in eerste aanleg, zo daar al sprake van zou zijn, is aldus hersteld.

Inhoudelijk

5.3.

Klager heeft in eerste aanleg gesteld belanghebbende te zijn, omdat de volmacht rechtstreeks betrekking heeft op de rechtspositie van moeder, haar vermogen en de afwikkeling van de nalatenschap van erflater, waarvan klager mede-erfgenaam is. Volgens de kamer kan klager niet worden aangemerkt als vertegenwoordiger van moeder, omdat:

  • klager heeft nagelaten om moeder in te lichten over deze klachtprocedure;

  • klager moeder niet heeft meegebracht naar de zitting;

  • er geen volmacht is overgelegd waarbij klager wordt gemachtigd namens moeder te klagen;

  • zowel arts [naam 3] in september 2024 als de kantonrechter in november 2024 hebben geconcludeerd dat moeder voldoende in staat is haar wil te bepalen, welke beslissing van de kantonrechter een half jaar na het indienen van de klacht is bevestigd door het gerechtshof.

De kamer is er daarom van uitgegaan dat moeder zelf een klacht had kunnen indienen tegen de notarissen als zij dat had gewild en dat klager dat dus niet buiten haar om namens haar kan doen.

5.4.

Vervolgens heeft de kamer geoordeeld dat niet van een eigen belang van klager bij de klacht is gebleken. Klager heeft in eerste aanleg gesteld dat hij als mede-erfgenaam in de nalatenschap van erflater belanghebbende is. Volgens de kamer is klager weliswaar erfgenaam van zijn vader, maar kan hij nog niet over de erfenis beschikken omdat moeder nog in leven is. Bovendien ziet hetgeen waarover klager klaagt niet op het afhandelen door de notarissen van de nalatenschap van erflater.

5.5.

In hoger beroep heeft klager aangevoerd dat de kamer het begrip enig redelijk belang onjuist, te restrictief en onvoldoende gedifferentieerd heeft toegepast. Volgens klager heeft de kamer miskend dat een deel van de klachten ziet op zelfstandig notarieel handelen dat klager persoonlijk raakt en dat niet afhankelijk is van vertegenwoordiging van zijn moeder. Het gaat volgens klager met name om professionele normen, zoals transparantie, vertrouwelijkheid, feitelijke juistheid van akten en integriteit van het notariële proces.

5.6.

Het hof is, evenals de kamer, van oordeel dat klager niet kan worden aangemerkt als vertegenwoordiger van zijn moeder. Een volmacht van zijn moeder ontbreekt. Moeder had bovendien – indien zij dit had gewenst – zelf een klacht kunnen indienen. Voor zover klager in het belang van de beroepsgroep of in het algemeen belang de klacht heeft willen indienen, door te stellen dat het hem gaat om professionele normen, zoals feitelijke juistheid van akten en integriteit van het notariële proces, is dit onvoldoende om klager als belanghebbende in de zin van artikel 99 lid 1 Wna te kunnen aanmerken.

5.7.

Daar waar het gaat om de bejegening van klager en de communicatie van de notarissen met klager is het hof, anders dan de kamer, van oordeel dat de klacht van klager wel ontvankelijk is, omdat dit de interactie met klager persoonlijk betreft en niet met zijn moeder. Klager heeft een eigen redelijk belang bij zorgvuldige communicatie tussen hem en de notarissen. Dit onderdeel van de klacht zal het hof dus wel inhoudelijk beoordelen. Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard, is het hof van oordeel dat de notarissen zorgvuldig hebben gehandeld in hun bejegening van klager en/of in de communicatie met hem. Zo is op per e-mail gestelde vragen van klager telkens tijdig en inhoudelijk gereageerd. Voorts heeft de kandidaat-notaris ter zitting in hoger beroep uitgelegd waarom op het scherm MS Teams werd getoond tijdens de bespreking met klager op 19 februari 2025 en dat er geen sprake was van een opname via MS Teams. Naar het oordeel van het hof is met deze toelichting voldoende weersproken dat tijdens de bespreking met klager een opname is gemaakt via MS Teams. Ook op dit punt is naar het oordeel van het hof van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen niet gebleken, zodat het hof dit wel ontvankelijke klachtonderdeel ongegrond acht.

Conclusie

5.8.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, anders dan de kamer, van oordeel is dat de klacht wel ontvankelijk is voor zover het betreft de bejegening van klager door en de communicatie met de notarissen; voor het overige is de klacht niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van enig redelijk belang bij klager. Het hof is van oordeel dat het deel van de klacht dat ontvankelijk is, ongegrond is. Gezien het vorenstaande zal het hof de beslissing van de kamer vernietigen.

6 Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing,

en, opnieuw beslissende:

- verklaart de klacht ontvankelijk voor zover het betreft de bejegening van klager door en de communicatie met de notarissen;

- verklaart de klacht voor het overige niet-ontvankelijk;

- verklaart het deel van de klacht dat ontvankelijk is, ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, H.T. van der Meer en J.A.H. Bruggemann en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026 door de rolraadsheer.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »