ECLI:NL:GHAMS:2026:2028
Inhoudsindicatie
Aftrek verschuldigd collegegeld. Betaling in de zin van artikel 6.40, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Rechtsverhouding tussen student en onderwijsinstelling bestond al voordat sprake was van binnenlandse belastingplicht. Geen schending hoorrecht. Belanghebbende heeft kunnen…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 8:28 Awb Algemene Wet Bestuursrecht
- Art. 8:31 Awb Algemene Wet Bestuursrecht
- Art. 8:45 Awb Algemene Wet Bestuursrecht
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4333 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4346 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4328 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4341 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.… - ECLI:NL:RBMNE:2026:4418 — 13-07-2026 Rb. Midden-Nederland Bestuursrecht
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is ongegrond.…