afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003236-21
datum uitspraak: 10 november 2022
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 november 2021 in de strafzaak onder parketnummer 13-222467-21 tegen
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1992,
adres: [adres01] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 november 2022.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep
De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting van 10 november 2022, zoals zij daarvoor al per e-mail van 9 november 2022 had aangekondigd, te kennen gegeven dat het openbaar ministerie het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 23 november 2021 niet wenst voort te zetten en dat de bij schriftuur opgegeven grieven niet worden gehandhaafd.
De raadsvrouw van de verdachte heeft per e-mail van 9 november 2022 aan het hof laten weten dat de verdachte en zij, gelet op de aankondiging van de advocaat-generaal, niet ter terechtzitting zullen verschijnen. Daaruit leidt het hof af dat de verdachte geen prijs stelt op een inhoudelijke behandeling van haar zaak in hoger beroep.
Op grond van het voorgaande zal het hof, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, de officier van justitie overeenkomstig en op grond van artikel 416, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. C.N. Dalebout en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. R.M. ter Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 november 2022.