afdeling strafrecht
parketnummer(s) eerste aanleg : 13-186242-19 en 13-025982-19 (TUL)
parketnummer hoger beroep : 23-003047-19
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 3 maart 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 5 augustus 2019 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] ([geboorteland])
adres: [adres].
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Gewezen door mr. D. Radder, in bijzijn van mr. M.E. van Rijn, griffier.
mr. D. Radder
Mr. M.E. van Rijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.