ECLI:NL:GHAMS:2017:4426
Inhoudsindicatie
1. IPR. Verweer van onbevoegdheid van de Nederlandse rechter is niet vóór alle verweren ten gronde gevoerd en faalt daarom. Art. 11 Rv. 2. Anders dan de eerste rechter oordeelde, mocht de appellant, een advocaat, erop vertrouwen dat hij een opdracht van de geïntimeerde, een…
Bovenstaande samenvatting komt van Rechtspraak.nl. Voor de volledige tekst van de uitspraak: uitspraken.rechtspraak.nl »
Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald
- Art. 7:405 BW Burgerlijk Wetboek Boek 7
- Art. 11 Rv Burgelijke Rechtsvordering
Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen
- ECLI:NL:RBOBR:2026:3497 — 28-05-2026 Rb. Oost-Brabant Civiel recht
Bpf Schoonmaak en cao Schoonmaak. Vrijwillige deelname aan Bpf Schoonmaak doet geen automatisch recht ontstaan op de cao faciliteiten die RAS biedt aan gebonden werkgevers van de cao Schoonmaak, maar de stelling van RAS dat vrijwillig aangesloten werkgevers wel premie zouden… - ECLI:NL:RBMNE:2026:2973 — 20-05-2026 Rb. Midden-Nederland Civiel recht
Consumentenrecht. Toepassing arrest van het Europees Hof van 12 januari 2023 (ECLI:EU:C:2023:14). - ECLI:NL:RBDHA:2026:9738 — 22-04-2026 Rb. Den Haag Civiel recht
Intellectuele eigendom. Bevoegdheidsincident. De rechtbank is bevoegd op grond van artikel 102 Rv, 125 lid 1 UMVo en 4.6 lid 1 BVIE. - ECLI:NL:GHARL:2026:2396 — 21-04-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden Civiel recht
7:405 BW. Overeenkomst van opdracht. Betaling facturen. Betalingstoezegging. Geen dwaling, geen opdracht verleend met het oog op een persoon. - ECLI:NL:RBOBR:2026:2213 — 09-04-2026 Rb. Oost-Brabant Civiel recht
Luchtvaart. Verstek. Primaire vordering tot vergoeding van schade na instapweigering deels toewijsbaar. Geen vergoeding van parkeerkosten, kosten accomodatie en huurauto. Subsidiaire vordering tot betaling van financiële compensatie niet opgenomen in petitum. Voldoet wel aan de…