ECLI:NL:CRVB:2026:1303

Datum uitspraak
25-09-2026
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Zaaknummer
26/1228 WMO15
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepschrift na afloop van de beroepstermijn ingediend. Termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

26/1228 WMO15

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van20 mei 2026, 24/2943 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Westerwolde (college)

Datum uitspraak: 25 september 2026

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Deze termijn gaat in op de dag nadat de aangevallen uitspraak aan partijen is bekendgemaakt. Dat volgt uit artikel 6:8 van de Awb. Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen of als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Deze regels staan in artikel 6:9 van de Awb. Uit artikel 6:24 van de Awb volgt dat deze bepalingen ook gelden voor het hoger beroep.

Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege als die overschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen, als deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan en mogelijk ook als sprake is van een andere reden die tot die overschrijding heeft geleid. Bij de beoordeling of hiervan sprake is worden alle omstandigheden van het geval in hun samenhang bezien.

Als het beroepschrift niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, dan moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, zijn bij de beoordeling niet relevant.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 22 mei 2026 in afschrift bij aangetekende brief aan partijen toegezonden. Dat betekent dat de termijn om hoger beroep in te stellen, is aangevangen op 23 mei 2026 en onder toepassing van artikel 1, eerste lid, van de Algemene termijnenwet is geëindigd op 6 juli 2026.

Het beroepschrift is op 9 juli 2026 via e-mailbericht ontvangen en is dus na afloop van de beroepstermijn ingediend.

Bij brief van 17 augustus 2026 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Bij e-mailbericht van appellante van 9 juli 2026 heeft appellante gesteld dat zij op 27 mei 2026 aanvankelijk haar voormalige gemachtigde had benaderd om hoger beroep in te stellen, maar dat zij vanwege haar hersenletsel was vergeten dat haar voormalige gemachtigde dit hoger beroep niet ter hand wilde nemen. Daarbij heeft appellante de Raad verzocht om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

In reactie op de brief van de Raad van 17 augustus 2026 heeft appellante via e-mailbericht van 21 augustus 2026 laten weten dat zij niet-aangeboren hersenletsel (NAH) heeft als gevolg van een ongeval. Verder heeft zij onder meer een vaststellingsovereenkomst inzake de schadevergoeding na het ongeval ingezonden, een onderzoeksverslag van de gemeente Westerwolde inzake een aanvraag voor huishoudelijke zorg ten behoeve van NAH en een grote hoeveelheid e-mails tussen diverse instanties en haarzelf. Uit de door appellante overgelegde documenten blijkt dat appellante alleszins in staat is om haar eigen belangen te behartigen.

Appellante heeft dan ook geen bijzondere omstandigheid aangevoerd die maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Weliswaar is duidelijk dat appellante NAH heeft, maar het totale beeld is niet van dien aard dat aannemelijk is dat het niet tijdig instellen van hoger beroep daaraan te wijten is.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum in tegenwoordigheid vanA. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2026.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) A. Giesen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »