Afdeling 6.10. Tijdstip aftrek

Artikel 6.40

Lid 1

Voorzover in deze wet niet anders is bepaald, komen uitgaven ter zake van persoonsgebonden aftrekposten voor aftrek in aanmerking op het tijdstip waarop zij zijn:

  1. betaald;

  2. verrekend;

  3. ter beschikking gesteld of

  4. rentedragend geworden.

Lid 2

Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing met betrekking tot aftrekbare giften.