Afdeling 2.2. Heffingsgrondslagen

Artikel 2.3

De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten:

  1. belastbare inkomen uit werk en woning;

  2. belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en

  3. belastbare inkomen uit sparen en beleggen.

Artikel 2.4

Lid 1

Het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald:

  1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 3;

  2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.2 en 7.5.

Lid 2

Het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang wordt bepaald:

  1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 4;

  2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.3 en 7.5.

Lid 3

Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen wordt bepaald:

  1. voor binnenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van hoofdstuk 5;

  2. voor buitenlandse belastingplichtigen: volgens de regels van de afdelingen 7.4 en 7.5.

Artikel 2.5

Vervallen

Artikel 2.6

Vervallen