Afdeling 7. Defensie
Artikel 1.26
Tenzij in deze afdeling anders is bepaald is de wet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel.
Artikel 1.27
Lid 1
De toepassing van de wet met betrekking tot arbeid verricht door defensiepersoneel geschiedt met inachtneming van de voor het Ministerie van Defensie geldende nationale en internationale voorschriften ter beveiliging van gegevens, waarvan de geheimhouding door het belang van de staat of van zijn bondgenoten wordt geboden.
Lid 2
De toepassing van de wet met betrekking tot arbeid in de openbare dienst verricht door of ten behoeve van de militaire inlichtingen- en veiligheidsdiensten geschiedt bovendien met inachtneming van de aan de hoofden van deze diensten opgedragen zorg voor geheimhouding van de door hen verkregen gegevens en van de bronnen waaruit zij afkomstig zijn en voor het naar behoren waarborgen van de veiligheid van de personen van wier diensten bij het inwinnen van die gegevens gebruik wordt gemaakt.
Artikel 1.28
De toepassing van de wet met betrekking tot arbeid verricht door defensiepersoneel geschiedt met inachtneming van internationale verplichtingen.
Artikel 1.29
De wet is niet van toepassing op arbeid verricht door defensiepersoneel:
ten tijde van oorlog, oorlogsgevaar of andere daaraan verwante of daarmee verband houdende buitengewone omstandigheden, waaronder begrepen de gevallen als opgesomd in artikel 71 van het Wetboek van Militair Strafrecht;
in door Onze Minister van Defensie te bepalen andere gevallen waarin de krijgsmacht wordt ingezet, waaronder begrepen de verlening van bijstand op grond van de artikelen 57, 58, 59 of 62 van de Politiewet 2012 of op grond van artikel 146, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering en de verlening van steun in het openbaar belang.
Artikel 1.30
Lid 1
Artikel 3, eerste lid, van de wet en de op artikel 16 van de wet gebaseerde artikelen 1.37 en 1.41, de afdelingen 5, 6, 6A en 8 van hoofdstuk 2, en de hoofdstukken 3 tot en met 8 van dit besluit zijn niet van toepassing bij arbeid verricht door defensiepersoneel:
tijdens, direct voor en direct na oefeningen;
ten aanzien van militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen, en arbeid verricht door eenheden met gereedstelling:
voor zover afwijking van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen naar het oordeel van Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw, de constructie, de inrichting of de uitrusting van deze vaartuigen en wapensystemen;
indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
voor zover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen wordt belemmerd.
Lid 2
Onze Minister van Defensie kan toestaan dat wordt afgeweken van het op artikel 16 van de wet gebaseerde artikel 6.12j, indien een gelijkwaardig of meer specifiek beschermingssysteem wordt toegepast voor personeel dat werkzaam is in operationele militaire installaties of betrokken is bij militaire activiteiten, met inbegrip van gezamenlijke internationale militaire oefeningen, mits gezorgd wordt voor preventie van schadelijke gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s.
Lid 3
In aanvulling op artikel 1.5j:
worden de kwalificaties van defensiepersoneel dat arbeid verricht als bedoeld in de artikelen 4.8, eerste lid, 4.9, eerste en derde lid, 4.10, zesde lid, 6.14a, derde lid, en 6.16, derde, zesde en zevende lid, door Onze Minister van Defensie geregistreerd;
wordt door het in onderdeel a bedoelde defensiepersoneel op basis van de kwalificatie-eisen van Onze Minister van Defensie, voldaan aan daarin opgenomen eisen inzake kennis en vaardigheden die waarborgen dat de aan de arbeid verbonden risico’s en gevaren worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt.
Lid 4
Bij regeling van Onze Minister van Defensie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de registratie van defensiepersoneel, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de eisen waaraan moet worden voldaan om geregistreerd te zijn.
Lid 5
Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet waarmee de krachtens artikel 24, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren zijn belast, omvat mede het toezicht op de naleving van het bepaalde in het tweede en derde lid.
Artikel 1.31
Voor zover de wet van toepassing is op arbeid verricht door defensiepersoneel is artikel 10 van de wet op arbeid verricht door defensiepersoneel:
dat belast is met enige politietaak of met bewakings- of beveiligingstaken, of
dat wachtdiensten verricht, of
dat is ingezet ter verlening van de bijstand, bedoeld in artikel 1.29, onder b, aan de politie, van toepassing, voor zover een goede taakuitoefening door de toepassing van genoemd artikel niet wordt belemmerd.
Artikel 1.32
Artikel 12 van de wet is van toepassing behoudens:
tijdens oefeningen;
op aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op het houden van oefeningen;
op aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de arbeid, bedoeld in artikel 1.29.
Artikel 1.33
Lid 1
De artikelen 27 tot en met 28b van de wet zijn niet van toepassing:
tijdens, direct voor en direct na oefeningen;
op eenheden met gereedstelling.
Lid 2
De artikelen 27 tot en met 28b van de wet zijn niet van toepassing op militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen:
indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
in de gevallen, bedoeld in artikel 1.30, eerste lid, onder b, sub 3°.
Lid 3
De artikelen 27 tot en met 28b van de wet zijn van toepassing op het personeel van de Koninklijke Marechaussee, behoudens indien dit personeel daadwerkelijk bezig is met de uitvoering van de specifieke taken, die de Koninklijke Marechaussee in artikel 4, eerste lid, van de Politiewet 2012 zijn opgedragen.
Lid 4
In aanvulling op het derde lid, zijn artikelen 27 tot en met 28b van de wet van toepassing op de arbeid verricht door personeel van de Koninklijke Marechaussee in geval van de verlening van bijstand, bedoeld in artikel 1.29, onder b, voor zover door de toepassing van die artikelen een goede uitoefening van die bijstandsverlening niet wordt belemmerd.
Artikel 1.34
Artikel 29 van de wet is niet van toepassing op militair personeel.
Artikel 1.34a
Ten aanzien van militair personeel kan, in afwijking van artikel 2.14d, tweede lid, eerste zin, een andere bedrijfsarts worden geraadpleegd die werkzaam is binnen het Ministerie van Defensie of de arbodienst waarin de bedrijfsarts werkzaam is die het eerste advies heeft gegeven.